In mijn werk merk ik het steeds opnieuw op: veel mensen zijn de samenhang tussen wat ze voelen, wat ze denken en wat ze doen, kwijtgeraakt. Ze functioneren, soms zelfs heel behoorlijk, maar tegelijk lijkt er iets losgekoppeld. Alsof het innerlijke kompas niet meer goed afgesteld staat. Gevoelens worden genegeerd of overspoelen, gedachten draaien rond in cirkels, en gedrag volgt eerder automatische patronen dan bewuste keuzes.

Veel mensen kunnen feilloos vertellen wat ze doen en vaak ook wat ze denken. Ze analyseren, verklaren, nuanceren. Maar wanneer ik vraag wat ze daarbij voelen, valt het soms stil. Of het antwoord blijft vaag: “goed”, “niet zo goed”, “druk”, “moe”. Het lichaam wordt nauwelijks nog geraadpleegd als bron van informatie. Emoties worden gereduceerd tot lastige signalen die liefst zo snel mogelijk onder controle gehouden moeten worden.

Omgekeerd zie ik ook mensen die overspoeld worden door gevoelens. Angst, boosheid of verdriet nemen het stuur volledig over. Gedachten worden catastrofaal of veroordelend, gedrag impulsief of vermijdend. Ook daar is de verbinding zoek: het gevoel staat alleen, zonder bedding van reflectie of richtinggevend handelen.

Nochtans vormen voelen, denken en doen samen één geheel. Ze beïnvloeden elkaar voortdurend. Wat we voelen kleurt onze gedachten, onze gedachten sturen ons gedrag, en wat we doen heeft opnieuw impact op hoe we ons voelen. Wanneer die drie niet meer met elkaar in gesprek zijn, raken mensen innerlijk ontregeld. Ze doen dingen die niet meer kloppen bij wat ze voelen, of ze voelen van alles zonder te begrijpen waar het vandaan komt.

In onze samenleving wordt die ontkoppeling vaak versterkt. We leven snel, efficiënt en prestatiegericht. Er is weinig ruimte om stil te staan bij innerlijke processen. Gevoelens moeten “hanteerbaar” blijven, gedachten liefst rationeel en productief, gedrag aangepast en functioneel. Wie vertraagt, twijfelt of voelt, loopt het risico uit de pas te lopen.

Hier proberen wij net dat gesprek te herstellen. Niet door snelle oplossingen of kant-en-klare antwoorden, maar door opnieuw verbinding te maken. Door mensen uit te nodigen te voelen wat er te voelen valt, woorden te geven aan wat innerlijk beweegt, en te onderzoeken hoe dat zich vertaalt in gedrag. Dat is vaak geen comfortabel proces. Het vraagt moed om stil te staan, om niet meteen te handelen, om te verdragen wat zich aandient.

Maar net daar ontstaat ruimte. Ruimte voor keuze, voor nuance, voor mildheid. Wanneer voelen, denken en doen opnieuw met elkaar verbonden raken, ervaren mensen vaak meer samenhang en richting. Niet omdat alles opgelost is, maar omdat ze zichzelf beter begrijpen en zichzelf opnieuw kunnen sturen.

Herstel van die verbinding is geen luxe. Het is een vorm van zorg voor onszelf en voor elkaar. En misschien is dat, in een wereld die steeds sneller gaat, wel één van de meest wezenlijke bewegingen die we vandaag kunnen maken.