Familie. Het woord alleen al roept beelden, gevoelens en herinneringen op die sterk kunnen verschillen van persoon tot persoon. Vaak wordt gezegd dat je je familie niet kiest. Je wordt erin geboren, je groeit erin op, en er zou een natuurlijke band zijn die alles overstijgt: een bloedband, onverbrekelijk en vanzelfsprekend. Maar is dat wel zo? En wat als die vanzelfsprekendheid helemaal niet zo vanzelfsprekend aanvoelt?
Niet iedereen ervaart een diepe verbondenheid met zijn familieleden. Dat kan gaan over grootouders, ouders, tantes en nonkels, broers en zussen. Soms is de familie groot, bijna overweldigend. Een netwerk van mensen met verwachtingen, verhalen en onderlinge relaties waarin je je plaats moet zien te vinden. Tegen wie praat je? Met wie deel je iets persoonlijks? En heb je eigenlijk wel met iedereen iets te zeggen? Voor sommigen voelt zo’n grote familie als een warm vangnet, voor anderen als een drukke ruimte waarin het moeilijk ademhalen is.
Maar ook het omgekeerde bestaat. Een kleine familiekring, of zelfs nauwelijks familie. Dan lijkt er weinig ruimte om afstand te nemen. Er is geen marge, geen uitwijkmogelijkheid. Wat er is, is wat er is. En net daardoor kan de band zwaar aanvoelen, alsof ontsnappen geen optie is.
Tegelijk kan familie ook een plek van herkenning en vertrouwdheid zijn. Mensen met wie je bent opgegroeid, die delen van je geschiedenis kennen zonder dat je alles hoeft uit te leggen. Er zijn gezamenlijke herinneringen, oude verhalen die steeds opnieuw worden verteld, vaste grapjes en rituelen. In zulke momenten kan familie aanvoelen als een veilige haven: een plek waar je mag zijn wie je was en wie je geworden bent. Samen zijn, praten over vroeger en ondertussen nieuwe herinneringen maken.
Het nieuwe jaar is vaak een moment waarop familie extra aanwezig is. Er zijn samenkomsten, telefoontjes, kaartjes, of gewoon gedachten die afdwalen naar wie erbij hoort. Dat kan warmte oproepen, maar evengoed spanning, twijfel of verdriet. Misschien voel je je verbonden, misschien juist vervreemd. En alles daartussenin is even menselijk.
Wat daarbij vaak vergeten wordt, is dat jouw ervaring en jouw verlangen centraal mogen staan. Niet wat hoort, niet wat verwacht wordt, niet wat anderen normaal vinden. Maar wat jij zelf wil en nodig hebt. Nabijheid of afstand. Contact of stilte. Verbinding of begrenzing. Familie is geen vaststaand gegeven, maar een dynamische werkelijkheid waarin iedereen zijn eigen weg zoekt.
Misschien is de vraag dus niet zozeer wat familie is, maar wat jij ermee wil doen. En misschien is het voldoende om jezelf die vraag af en toe eerlijk te stellen, zonder oordeel, zonder haast. Dat alleen al kan ruimte geven.