Als psychotherapeut, lector en trainer in geweldbeheersing krijg ik vaak de vraag hoe je als zorgverlener veilig kan blijven wanneer een situatie fysiek dreigend wordt. Veel aandacht gaat dan naar technieken om te blokkeren of los te komen, maar minstens even belangrijk is iets heel banaals: hoe kan ik me veilig verplaatsen?

Verplaatsen lijkt vanzelfsprekend. We doen het elke dag zonder erbij na te denken. Toch verandert dat plots wanneer stress, angst of chaos toeslaan. Bij een verplaatsing geef je per definitie een stukje stabiliteit op, omdat je tijdelijk op één voet staat. Dat maakt je kwetsbaar. Het kan ook anders, want je zou je voeten ook kunnen verslepen in plaats van grote stappen te zetten.

In trainingen merken we telkens opnieuw dat, eens het binnen het uitvoeren van een techniek over verplaatsen gaat, veel mensen plots niet meer kunnen stappen. Alsof een basisvaardigheid verdwijnt onder spanning. Nochtans doe je dit al sinds je één jaar oud bent. Het probleem is niet dat mensen niet kunnen bewegen, maar dat ze in een bedreigende context verkeerde keuzes maken.

Er zijn slechts een paar dingen die je in een chaos van een fysieke confrontatie niet meer mag doen, nooit meer: je benen kruisen en huppelen. Je benen kruisen omdat je dan op een bepaald moment in de knoop raakt en je eigen evenwicht ondermijnt. Huppelen is even riskant, omdat je bijna constant instabiel staat én omdat het er “gevechtsmatig” uitziet, wat de ander net kan provoceren in plaats van kalmeren.

De essentie is dat elke verplaatsing stabiel gebeurt. Rustig, beheerst en met controle. Als je jezelf veilig achteruit wil verplaatsen, dan gebruik je best de sleeppas. Dat is een pas waarbij je de achterste voet gebruikt als een sensor. Je schuift als het ware over de grond in plaats van grote stappen te nemen. Dit voorkomt dat je tegen een muur botst of over een object struikelt. In een zorgcontext, waar ruimtes vaak klein en vol materiaal zijn, is dat geen detail maar een noodzaak.

Ook wanneer je wordt vastgegrepen, speelt verplaatsing een cruciale rol. Bij een achterwaartse aanval, bijvoorbeeld wanneer iemand je bij de nek grijpt, zal je moeten “pivoteren”, draaien dus. Een elegante balletpivot is hier uiteraard niet van toepassing. Technisch gezien gaat het om drie eenvoudige bewegingen: je achterste voet bijna goed zetten, je voorste voet goed zetten en daarna je achterste voet volledig goed zetten. Zo behoud je balans terwijl je uit de gevarenzone beweegt.

Veilig verplaatsen is minder spectaculair dan veel mensen denken. Het vraagt geen kracht of snelheid, maar aandacht en oefening. Wie stabiel kan blijven bewegen, vergroot zijn kansen om kalm te blijven, om contact te houden en om verdere escalatie te voorkomen. In geweldbeheersing geldt immers één gouden regel: controle begint bij controle over je eigen lichaam.

Bron: Adams C. en Van Laere Luc (2019). Geweldbeheersing en zelfbescherming in zorg en welzijn. Toolbox voor de zorgverlener. Brussel. Politea.